Actueel

Samen dragen we zorg voor een veilige thuissituatie voor cliënten. Hoe ervaren verpleegkundigen hun werk? Wat doen hulpverleners in een noodsituatie? Lees en leef mee met onze mensen die situaties uit de dagelijkse praktijk met u delen.

Mevrouw De Groot ademt niet meer en ik voel ook geen pols

Ik heb nachtdienst en ben samen met mijn collega Ninette aan het werk als om 6.00 uur de telefoon gaat: “Hoi Miranda met Carla van de Zorgcentrale. Ik krijg net een alarm binnen van mevrouw de Groot. Haar dochter vraagt of je even bij haar moeder kan komen kijken. De katheter loopt niet door.” De afgelopen week ben ik al meerdere keren bij mevrouw De Groot langs geweest. Mevrouw heeft een hartinfarct gehad en is aan het opkrabbelen.

Ninette en ik stappen samen in de auto en rijden naar  haar huis. Dochter Barbara doet de deur open en we lopen naar de slaapkamer. “Dag mevrouw de Groot, “zeg ik, “Hoe is het met u?” Mevrouw zegt wat rillerig te zijn. Dat is een symptoom bij een te volle blaas. “Ik ga proberen uw katheter door te spoelen, “zeg ik en ga aan de slag. Het spoelen lukt helaas niet. Ook het manipuleren van de katheter lukt niet. In overleg met dochter Barbara besluit ik om contact op te nemen met het St. Antonius Ziekenhuis. Daar is mevrouw onder behandeling.  Om medische redenen mag alleen de uroloog van het St. Antonius Ziekenhuis een nieuwe katheter bij mevrouw de Groot inbrengen. Nadat ik contact heb gehad met het ziekenhuis, kan ik mevrouw vertellen dat we de HAP (HuisArtsenPost) mogen bellen. De arts van de HAP mag een nieuwe katheter inbrengen. Dat scheelt mevrouw de Groot en dochter Barbara een lange rit naar het St. Antonius Ziekenhuis.

“Mam wat is er? Mam, mam, mam! Dit gaat niet goed!”

Ik bel de HAP en terwijl ik telefoneer hoor ik dochter Barbara in paniek roepen: “Mam wat is er? Mam, mam, mam! Dit gaat niet goed!” Ik ren met Ninette direct naar de slaapkamer. Mevrouw de Groot ligt helemaal grauw in haar bed en reageert niet op haar dochter. Ik heb de assistente van de HAP nog aan de lijn en zeg tegen haar: “Stuur direct een ambulance!” Ninette en ik gaan gelijk handelen. Het lijkt erop dat mevrouw zich heeft verslikt. We leggen haar op haar zij, maar dit heeft geen effect. Dan  merk ik dat mevrouw de Groot niet meer ademt en ik voel ook geen pols. Ik kijk Ninette aan. Het is foute boel. Snel leggen we mevrouw de Groot weer op haar rug. Ondertussen vraag ik Barbara of haar moeder nog gereanimeerd wil worden.  Helemaal in paniek antwoordt Barbara: “Ja dat wil ze. Alsjeblieft, red mijn moeder!” Ninette en ik starten direct met reanimeren. De adrenaline giert door mijn lijf. Na een halve minuut voel ik een teken van leven. We gaan door met reanimeren totdat we weer een pols voelen. Mevrouw moet braken. Op dat moment komen de ambulancebroeders binnen. Mevrouw de Groot is weer bij kennis. De zorg wordt overgenomen door de ambulancebroeders, die haar direct aansluiten aan de apparatuur. Er wordt een hartfilmpje gemaakt. Ondertussen ontferm ik me over Barbara. “Ik ben zo geschrokken, maar ze is er weer toch?”, vraagt ze mij met natte ogen. “Je moeder is er goed vanaf gekomen,” zegt ik geruststellend tegen haar. Één van de ambulancebroeders komt zeggen dat ze mevrouw de Groot mee nemen naar het ziekenhuis. “Het komt goed”, zeg ik tegen Barbara en leg mijn arm op haar schouder.

Ninette en ik geven mevrouw de Groot en haar dochter een hand en wensen hen veel sterkte in het ziekenhuis. Buiten praten we nog even na. “Onze samenwerking ging heel goed”, zeggen we tegen elkaar, “Mevrouw gaat het redden.” Dan rijden we naar kantoor en zit onze dienst erop.

Thuis ben ik uitgeput direct in slaap gevallen.

Miranda Greidanus

Verpleegkundige

Omwille van de privacy zijn namen van cliënten in het artikel gefingeerd.

Veilig Thuis Verpleegkundig Team B.V.    Noordkade 64A 2741 EZ Waddinxveen (ZH)    contact@verpleegkundigteam.nl    VerpleegkundigTeam.nl