Actueel

Samen dragen we zorg voor een veilige thuissituatie voor cliënten. Hoe ervaren verpleegkundigen hun werk? Wat doen hulpverleners in een noodsituatie? Lees en leef mee met onze mensen die situaties uit de dagelijkse praktijk met u delen.

Ik ruik de geur van alcohol

Het is mijn laatste nachtdienst. Aangekomen op kantoor beginnen mijn collega en ik aan de overdracht. “Je kan meteen aan de slag Rik”, zegt m’n collega Bart, “een valpartij in Zoetermeer. Het is meneer van Dijk.” Mijn collega geeft me alle gegevens door, ik pak m’n spullen in en vertrek. Met behulp van de sleutelkluis open ik de voordeur van meneer van Dijk. Als ik in de hal sta, ruik ik een penetrante lucht. In de woonkamer kan ik mijn ogen bijna niet geloven. Het is één grote ravage! Dozen, kranten, tijdschriften, vieze vaat, kleding, lege flessen jenever, lege conservenblikken.

“Help!”

Ik hoor gestommel en een harde stem roept: “Help!”. Terwijl ik me een weg baan door de volgestouwde gang, neemt de zure geur toe. Na een meter of drie sta ik in de slaapkamer. Op de grond ligt meneer van Dijk in een plas bloed. “Meneer van Dijk niet schrikken. Mijn naam is Rik van de personenalarmering. Ik kom u helpen”, zeg ik. Meneer van Dijk probeert zich om te draaien. “Auw… AUW!!!”, schreeuwt hij uit, “mijn been! Mijn been doet zo’n zeer.” Voorzichtig pak ik meneer vast en rol hem op z’n rug. Als meneer van Dijk op zijn rug ligt, zie ik dat hij boos kijkt. Plotseling haalt hij met zijn rechter vuist uit richting mijn kin. Ik weet nog net zijn vuist te ontwijken, maar daarna probeert hij het weer. Ik neem afstand en laat meneer van Dijk liggen terwijl ik vraag waarom hij me probeert te slaan. “Ik ken jou niet. Wat doe je in mijn huis? Rot op! Help!! Help!!”, roept hij met dubbele tong. Ik ruik de geur van alcohol. Natuurlijk is het makkelijk te denken dat deze meneer onder invloed is van alcohol, maar werken bij Veilig Thuis heeft mij geleerd voorzichtig te zijn met aannames. “Wat is er gebeurd meneer?” “Wat denk je zelf! Ik ben gevallen. Ik moest plassen en bij het uit bed stappen heb ik mijn evenwicht verloren. Ben ik toch zo op de grond gesodemieterd”, zegt meneer van Dijk boos, “En nu sterf ik van de pijn in mijn rechter been en sta jij alleen maar te ouwehoeren. Help me dan toch!” Nu meneer op z’n rug ligt, kan ik zijn been observeren en zie ik dat deze korter is dan de andere en iets naar buiten staat. Een collum fractuur is het eerste wat ik denk. Ik vermoed dat zijn heup gebroken is. Zeker weten doe ik het niet. Hoe ga ik dit aanpakken?

“Ik heb het niet meer onder controle.”

Terwijl meneer van Dijk nog wat ligt te mompelen op de grond, vraag ik hem zijn benen op te tillen. Eerst zijn linkerbeen en dan zijn rechterbeen. Meneer slaakt een haast oorverdovende oerkreet. “Meneer van Dijk, dit is niet goed. Ik denk dat we de ambulance moeten bellen. Ik vermoed dat u een breuk heeft in uw heup”, zeg ik terwijl ik weer iets meer afstand neem. “Meen je dat nou?”, vraagt hij mij. Hij kijkt me aan en ineens neemt de woede af en stelt hij zich afhankelijk op, “Jeetje, dan ben ik toch blij dat je er bent pik. Sorry dat ik net zo lelijk deed, maar ik schrok van je. Je bent ook zo groot.” “Geen probleem meneer van Dijk. Ik snap het. Vindt u het goed als ik de HAP (red. huisartsenpost) bel om te overleggen?” “Ga je gang jongen. Doe maar wat nodig is?”, zegt hij somber. “Oké, dan ben ik zo bij u terug”, zeg ik terwijl ik een kussen onder zijn hoofd leg en een deken over de rest van zijn lichaam. In de woonkamer bel ik de HAP en ga daarna weer terug naar meneer van Dijk. We raken aan de praat.

Terwijl we wat kletsen over koetjes en kalfjes,  zie ik een lege fles jenever en lege bierblikjes liggen. Meneer van Dijk ziet het en zegt: “Ik weet wat je denkt. Weer zo’n alcoholist. Zo’n dronkenlap. En je hebt nog gelijk ook. Ik heb het niet meer onder controle.” De boze meneer van 10 minuten geleden is veranderd in een verdrietige man. “Sinds de dood van mijn vrouw vorig jaar, vind ik er niks meer aan. Ik heb zo veel pijn in mijn hart”, vervolgt hij zijn verhaal. “Mijn twee zonen zie ik ook niet meer door een stomme ruzie. Ze wilden dat ik zou verhuizen naar zo’n ouwe-lullen-woning. Mij niet gezien.” “Maar is alcohol dan de oplossing?”, vraag ik hem. “Jongen, ik heb geen idee, maar de drank laat me even niks voelen of denken. Dan heb ik rust.”

Er valt even een stilte. Daarna zeg ik voorzichtig tegen meneer van Dijk: “Misschien is het toch een idee om uw zonen te bellen. Ik denk echt dat ze het beste met u voor hebben.” Net als hij met tranen in zijn ogen antwoord wil geven, wordt er aangebeld. “Daar is de ambulance meneer van Dijk. Ik doe even de deur open.” Als ik de deur open doe, kijken de ambulancebroeders verbaasd naar binnen. Ze schrikken van de enorme berg rommel en afval en vragen zich hardop af hoe ze meneer van Dijk uit de woning en op de brancard gaan krijgen.

“Ik wil niet meer alleen zijn.”

Na een half uur is het gelukt. Meneer van Dijk is eindelijk uit de woning. Van een laken hebben we een soort hangmat gemaakt en meneer zo half tillend en slepend de woning uit gekregen. Als meneer van Dijk veilig op de brancard ligt, roept hij me. “Luister jongen. Ik vond het fijn dat je met me gepraat hebt en ik ga doen wat je hebt gezegd. Ik ga m’n zonen morgen bellen. Ik wil niet meer alleen zijn.” Als ik hem zeg dat ik één van zijn zonen ga bellen om te vertellen wat er gebeurd is, barst meneer van Dijk in tranen uit:. “Dank je wel.” Als de ambulance wegrijdt pak ik mijn telefoon en bel zijn zoon. Half slapend hoor ik: “Met John.” Ik vertel wie ik ben en wat er met zijn vader is gebeurd. “Ik kom meteen”, zegt hij en bedankt me voor de goede zorgen. “Graag gedaan”, zeg ik, ”Hij zal het fijn vinden als u er bent. Dat weet ik zeker.”

Rik Remmerswaal

Verpleegkundige

Omwille van de privacy zijn namen van cliënten in het artikel gefingeerd.

Veilig Thuis Verpleegkundig Team B.V.    Noordkade 64A 2741 EZ Waddinxveen (ZH)    contact@verpleegkundigteam.nl    VerpleegkundigTeam.nl