Actueel

Samen dragen we zorg voor een veilige thuissituatie voor cliënten. Hoe ervaren verpleegkundigen hun werk? Wat doen hulpverleners in een noodsituatie? Lees en leef mee met onze mensen die situaties uit de dagelijkse praktijk met u delen.

Als ze maar niet overleden is

Tijdens mijn weekenddienst word ik om 16:00 uur gebeld door de zorgcentrale. “Miranda met Mieke, ik krijg een alarm binnen van mevrouw Goedhart. Het lukt me niet om een spreek-luister-verbinding via het alarmkastje met haar te krijgen. Kan jij zo snel mogelijk bij mevrouw langs gaan? Ik ben er niet gerust op.”

Ik ga meteen op pad. Mevrouw Goedhart ken ik al een paar jaar. Een lieve mevrouw van 90 jaar, die nog zelfstandig woont. De laatste maanden drukt ze vaak op haar alarmknop. Ze valt regelmatig en het lukt haar dan niet meer om zelfstandig op te staan.

Binnen 20 minuten sta ik bij mevrouw voor de deur. Ze woont in een portiekwoning op de 1e etage zonder lift. Ze komt daardoor nog erg weinig buiten. Als ik naar binnen ga roep ik direct haar naam. Ik krijg geen enkele reactie. “Als ze maar niet overleden is.”, schiet door m’n hoofd. Ik loop de woonkamer binnen en zie mevrouw Goedhart voorover over haar rollator heen liggen met haar hoofd op de metalen haard. Het ziet er niet goed uit. Ik hurk naast haar en roep een paar keer haar naam: “Mevrouw Goedhart, mevrouw Goedhart, hoort u mij?” Ik krijg geen enkele reactie. Ik schud aan haar arm en gelukkig, ze reageert! Ze kreunt en zegt heel zachtjes: “Ik heb zo’n pijn aan mijn hoofd.” “U bent gevallen mevrouw Goedhart en ik kom u helpen”, zeg ik. “U heeft een flinke snee boven uw wenkbrauw en een blauw oog.”

“Rustig maar mevrouw. Ik ben er voor u”

Heel voorzichtig trek ik mevrouw tot zit en leunt ze tegen mij aan. Een ogenblik blijf ik rustig met mevrouw in mijn armen zitten, zodat ze op adem kan komen. Daarna help ik mevrouw omhoog en zet haar in een stoel. Ik haal een koude doek voor de wond en de blauwe plek en vertel mevrouw Goedhart dat zij er deze keer niet zonder kleerscheuren vanaf is gekomen. Mevrouw wordt emotioneel en begint te huilen. “Rustig maar mevrouw. Ik ben er voor u”, troost ik haar en ze wordt iets rustiger. “Ik ga nu de huisarts bellen, omdat de wond boven uw wenkbrauw gehecht moet worden. Wie kan ik voor u bellen?” Verdrietig antwoordt mevrouw dat ze geen familie meer heeft: “Iedereen is overleden en ik heb geen kinderen. Mijn lieve kapster Elly zorgt af en toe voor me. Kan je haar voor mij bellen?” “Natuurlijk.” zeg ik en bel Elly en ook direct de huisarts.

Elly woont om de hoek en binnen 10 minuten staat ze voor de deur. “Mevrouw Goedhart, ik schrik ervan! “zegt Elly en ze pakt haar handen vast. Als de huisarts er is en mevrouw Goedhart aan het hechten is, neem ik Elly even apart.

“Het is niet meer veilig thuis voor mevrouw” zeg ik tegen Elly, “Ja dat weet ik,” beaamt Elly. “Ze krijgt nu één keer per week hulp bij het douchen en meer hulp en zorg wil mevrouw niet. Ik heb er al vaak met haar over gesproken, maar ze wil er niks van weten.”

Als de huisarts klaar is, praat ik samen met de huisarts met mevrouw Goedhart over haar veiligheid en de mogelijkheid voor meer hulp en zorg thuis, maar mevrouw Goedhart is vastbesloten. Ze bedankt mij en de huisarts vriendelijk voor het aanbod maar wil niet meer hulp: “Dit fijne huis is nog het enige wat ik heb en meer hulp in huis vind ik een enorme aanslag op mijn privéleven.” En daarmee is de kous af. De huisarts en ik nemen afscheid van mevrouw Goedhart en Elly. Onze taak zit er voor nu op, maar we weten beiden dat dit niet de laatste keer is geweest dat we bij mevrouw Goedhart zullen komen.

Miranda Gradanus

Verpleegkundige

Omwille van de privacy zijn namen van cliënten in het artikel gefingeerd.

Veilig Thuis Verpleegkundig Team B.V.    Noordkade 64A 2741 EZ Waddinxveen (ZH)    contact@verpleegkundigteam.nl    VerpleegkundigTeam.nl